Studiekeuze; je persoonlijkheid bepaalt je toekomst

Voor het puberbrein is het maken van een studiekeuze eigenlijk te moeilijk. Toch moeten jongeren het besluit om een vervolgopleiding te doen op jonge leeftijd nemen. Hulp kunnen ze daarom goed gebruiken. “Het inzicht in later ontbreekt”.

 

Als iemand weet hoe lastig het kan zijn om als jongere een studiekeuze te maken, dan is het studiekeuzeadviseur en loopbaanbegeleider Jacqueline Hamelink wel.

“O, hou maar op”, zoals veel jonge meiden wilde ik stewardess worden. Het beeld van over de wereld reizen en veel vrijheid leek helemaal het einde, maar dit beeld bleek iets te rooskleurig. Na jaren werken in mijn eigen installatiebedrijf en bij een importeur in schoenen kwam ik in de accountancy terecht. Daar ontdekte ik mijn echte passie voor mensen via het P&O vak.

Van het voorkomen van die ellende, het niet op je plek zijn, het gevoel dat je veel meer kunt en je daardoor ongelukkig voelen, heb ik inmiddels mijn beroep gemaakt.

 

Op het mbo haakt 30 tot 40 procent van de studenten binnen het eerste jaar af. Op het hbo gaat het om zo’n 17 procent en op de universiteit stopt iets meer dan 10 procent van de studenten voortijdig. “Jongeren zijn op een leeftijd dat ze het belang van een goede studiekeuze nog niet goed kunnen inschatten”. Vaak spelen bij die keuze omliggende factoren een rol, zoals het al dan niet op kamers willen wonen en het doen wat ouders, vrienden of de decaan zeggen.

Bovendien zijn jongeren nog niet in staat om over zichzelf na te denken. “Het puberbrein kan dat soort ingrijpende besluiten gewoon nog niet nemen. Pubers zijn met andere zaken bezig, zoals verliefdheid en het samenzijn met vrienden. Veel beter zou het zijn als iedereen tot zijn achttiende naar school ging en pas daarna een keuze hoefde te maken. Niet voor niets schrijf ik: Eigenlijk ben je er op deze leeftijd nog niet aan toe zo’n beslissing te nemen, dus geef de maatschappij maar de schuld’. Jongeren moeten soms al op hun veertiende een profielkeuze maken, terwijl het inzicht in het begrip later nog geheel ontbreekt.

 

Een beetje hulp is nodig. Lastig, want jongeren zitten niet op bemoeienis van bijv. hun ouders te wachten. Wees je er als ouders van bewust dat je soms inderdaad te dicht op hun huid zit. Kom dan ook niet met studies aanzetten. Hou het proces in de gaten. Vraag wat het kind al gedaan heeft om zich te oriënteren. En heeft hij een voorkeur voor een studie, bespreek dan wat hij met die studie kan doen. Past het bij hem? En hoe lijkt het hem om dertig jaar dat werk te doen? En durf je kind een foute keuze te laten maken. Want word je door ervaring niet het meest wijs? Natuurlijk kost het geld als een kind met een studie stopt. Maar doet hij dat voor 1 februari dan wordt de prestatiebeurs automatisch een gift.

 

In mijn praktijk voor studieadvisering ontmoet ik jongeren die wel wat hulp kunnen gebruiken. Ik zeg altijd: ‘De basis voor die beslissing is je eigen persoonlijkheid’. Hoe je in elkaar steekt, dat verandert niet. Als je stil en graag op jezelf bent, ga dan vooral geen commerciële opleiding doen waarvoor je een extraverte persoonlijkheid nodig hebt en je het risico loopt een toneelstukje te moeten opvoeren om over je schaduw heen te stappen. Ook na goed voorwerk kan een jongere alsnog uitvallen op de vervolgopleiding van zijn keuze. Veel volwassenen zeggen: Joh het maakt niet uit wat je studeert, ik doe ook niet dat waarvoor ik heb gestudeerd. Laat hem in ieder geval iets kiezen dat in de buurt van zijn interesses ligt. Psychologie en gezondheidswetenschappen liggen dichter bij elkaar dan een toerisme opleiding en personeelsmanagement. Laat het pad dat hij inslaat bij hem passen. Dat vergroot de kans dat hij niet, als hij later iets anders wil doen, eerst 180 graden de andere kant op moet werken.

 

Tips voor de studiekeuze

Voor jongeren

  • Oriënteer je eerst, ga pas daarna naar open dagen. Op die manier kun je gerichte vragen stellen en vallen studies die echt niet bij je passen al af.
  • Als je een test wilt doen, hang dan niet meteen je hele leven aan de uitslag op. Denk goed na of die uitslag echt bij je past en waarom die ene studie eruit is gerold.
  • Bedenk of je naar Hbo of universiteit wilt. De een is meer praktisch, de ander meer theoretisch. Wat past het best bij jou?

Voor ouders

  • Geef je kind de vrijheid zijn eigen keuze te maken, kom niet met studies aanzetten.
  • Praat erover als hij een studie op het oog heeft. Past die bij hem en wat kan hij er eigenlijk mee?
  • Begin op tijd met ‘zeuren’; voorkom dat je kind kansen laat liggen omdat hij te laat is voor een intake, loting of auditie.

 

Een kijkje in de keuken van de studiekeuze coach

Als ervaren Personeel- en Organisatieadviseur zag ik in het bedrijfsleven welke gevolgen een ‘verkeerde’ studiekeuze kan hebben voor de studie en loopbaan van de student. Hierdoor raakte ik geïnspireerd en richtte mijn eigen praktijk op.

 

Na afloop van verschillende sessies tijdens een studiekeuzebeurs of als gastspreker zijn er vaak jongeren die voor mij nog vragen hebben. In een kwartier tijd zoeken ze of bevestiging dat ze op de goede weg zijn of hulp hoe ze toch in hemelsnaam tot die ene goede studiekeuze kunnen komen.

 

Uit die gesprekken trek ik een aantal conclusies;

  • Veel jongeren weten niet hoe ze het moeten aanpakken en hebben vaak meer baat bij handvatten qua aanpak dan rechtstreeks behoefte aan het antwoord.
  • Er wordt vaak uitgegaan van de opleiding in plaats van de eigen kracht.
  • Het antwoord op de basisvragen komt vaak niet. Regelmatig valt er een lange stilte na een vraag als: waar ben je nou eigenlijk goed in, gevolgd door “weet ik eigenlijk niet”. Ook andere vragen over de studiekiezer worden moeilijk beantwoord.

 

En zo raar is dat niet: hoe ver ben je nou ook helemaal in je zelfreflectie op 14-15-16-17-18-19 jarige leeftijd? Terwijl je op die leeftijd geacht wordt belangrijke beslissingen te nemen.

 

Numerus Fixus (loting) of: helaas pindakaas

“Met ingang van het studiejaar 2017-2018 wordt de centrale loting (of decentrale selectie) afgeschaft. Dat betekent dat alle studies, die een beperkt aantal opleidingsplaatsen beschikbaar hebben, dat dan zelf gaan regelen. Veel zal afhangen hoe goed jij kunt motiveren waarom deze studie zo goed bij je past, wil je toegelaten worden. De belangrijkste vraag die aan jou wordt gesteld tijdens een motivatie-intakegesprek zal zijn; waarom moet ik jou kiezen en niet iemand anders.

 

Het is dus belangrijk dat je deze vragen kunt beantwoorden;

  • Wát je wilt studeren
  • Waarom je dat wilt
  • Waar je goed in bent
  • Waarom jij zo goed bij die opleiding past
  • Waarom je bij die instelling de meeste kans maakt

 

Het onderwerp van studiekeuze neemt de regering serieuzer dan ooit. Studiekeuze is dus niet iets ‘om een nachtje over te slapen’, maar eerder een onderdeel van je studie.
60% van de 1e jaars studenten maakt een verkeerde studiekeuze. Dit gaat jou toch niet gebeuren..?

 

Kaas maken van jouw vragen.

Niet iedereen is zich ervan bewust maar studiekeuzebegeleiding of hulp bij studiekeuze en beroepskeuze komt voort uit het vak van de loopbaanprofessional. Zo’n professional is in staat om kaas te maken van de vragen: wie ben ik, wat kan ik en wat wil ik?

 

Veel scholieren, studenten (maar ook werkenden en werkzoekenden) hebben moeite om óf die vragen te beantwoorden óf met die antwoorden een mooie combinatie bij elkaar te zoeken. In de loopbaanlessen (LOB) op school maak je mooie lijstjes, testjes, opdrachten. Tja en dan? Dan zie je door de bomen het bos vaak niet. Daar kan de loopbaanadviseur je dus bij helpen. En voor studiekeuze is het dan natuurlijk ook nog belangrijk dat de loopbaanadviseur zicht heeft op alle mogelijke opleidingen.

 

Studiekeuze: bore-out

Waar je bij de burn-out over je grenzen heen gaat en de belasting op lijf en geest te groot is, is de bore-out het tegenovergestelde. Je verveelt je te pletter (boring) en omdat je weinig uitdaging tegenkomt ga je onderpresteren. Je kunt ziek worden van te weinig doen.

 

Wat dat met studiekeuze te maken heeft? Van alles. Ten eerste betekent het dat je eigenlijk een studie moet gaan doen die op je niveau is. Als je niet uitgedaagd wordt, heb je minder voldoening. Dat is even leuk, maar niet jaren achter elkaar.

 

Ten tweede leidt de juiste studiekeuze bijna uiteraard automatisch tot een baan op het juiste niveau. Daar moeten jouw capaciteiten en de intensiteit van jouw taken bij elkaar passen.

Soms lijkt het of jongeren een bepaald niveau niet aankunnen, maar dan blijkt dat onderprestatie veroorzaakt wordt door verveling. Wees daar alert op, weer eerlijk of je de taken aan kunt, of je het opleidingsniveau aan kunt en maak dan een goede beslissing.

 

Studiekeuzevragen

Deze week zei een studiekiezer tegen mij dat ik zulke goede vragen had gesteld. Het ging om een jongeman die al een tijdje met zijn studie gestopt was, omdat hij niet bewust had gekozen en niet gemotiveerd genoeg was om de opleiding af te maken, die hem wel interesseerde. Dus zat hij bij mij aan tafel en ik stelde ‘normale’ studiekeuzevragen, om te bepalen waar je terecht wilt komen. Dat zijn vragen over jou: wie je bent, wat je kunt en wat je wilt. Maar dan anders geformuleerd.

Die vragen geef ik je ook mee ter overdenking, mocht je mij tegenkomen op een studiekeuzebeurs of open dag: wie ben jij nou eigenlijk en waar pas jij met jouw hele pakketje aan kunnen en willen? Dát is de kern!

Dit geldt voor iedereen: je moeder, je zus, je schoolbegeleider, je vriend of vriendin: allemaal kunnen ze je deze vragen stellen als ze je willen helpen bij het proces dat studiekeuze heet. Of jij stelt de vragen aan jezelf.

Lukt het niet en wil je hulp ? Bel of mail me dan!
Je kunt natuurlijk ook inschrijven via de website.

Studiekeuze, goede voorbereiding is het hele werk!

Voor scholieren uit de hoogste klassen van de middelbare school is de tijd om te kiezen aangebroken.
Vóór 1 mei moet je hebben ingeschreven op het vervolgonderwijs.

 

De overheid heeft in 2014 de ‘Wet Kwaliteit en Verscheidenheid’ ingesteld om het onderwijsaanbod beter af te stemmen op de verschillen in aanleg en capaciteiten van de toekomstige studenten én op de behoeftes van de arbeidsmarkt. Maar ook om de leerlingen een bewustere keuze te laten maken en de kans op uitval te verkleinen. ‘Veel twijfelaars stellen hun studiekeuze uit’. Gevolg is dat deze leerlingen halsoverkop een late keuze maken. En dat zijn nou niet de meest gemotiveerde studenten, is mijn ervaring. “Waarom doe je deze studie?” vraag ik weleens. Als ze zeggen ‘ik moet toch wat’ zet ik een streepje achter de naam. Eens kijken of die er over drie maanden nog zijn, denk ik dan.

 

De nieuwe wet moet een einde maken aan die uitval. “De vervroegde aanmelding zorgt ervoor dat leerling en opleiding eerder met elkaar in contact kunnen komen zodat er tijd is voor een check”. Die check wordt gemaakt na de uitslag van de examens. “Die check verschilt per instelling en opleiding. Denk aan een gesprek met een docent, meeloopdagen, proef studeren of een test”. Gevolg van de verplichte check na de eindexamens is dat bijvoorbeeld een vakantie boeken lastig wordt. “Naar Salou met vrienden moet even wachten”.

 

Leerlingen die zich na 1 mei aanmelden of zonder geldige reden niet meedoen aan de verplichte studiekeuze activiteit, kunnen hun recht op toelating verliezen. “Wees er dus op tijd bij, want 1 mei is dichterbij dan je denkt”! “Veel hogescholen plannen in november en februari hun open dagen. Mijn ervaring is dat leerlingen die naar die open dagen hun keuze eigenlijk al wel gemaakt hebben.

 

WEET JE HET NOG STEEDS NIET, KOM DAN LANGS BIJ MIJ ALS PROFESSIONAL.

Samen gaan we antwoorden vinden die bepalend zijn voor jouw toekomst!

Waarom lukt het een leerling niet om zijn/haar studiekeuze te bepalen?

LOOPBAANBEGELEIDING: HOE HET NÓG BETER KAN

 

De tools van loonbaanbegeleiding zijn prachtig en toch lukt het leerlingen nog steeds niet om een keuze te maken. Daarbij is het wie ben ik?, wat kan ik? en wat wil ik? ook voor loonbaanbegeleiders zelf een factor van betekenis. Uitruil van taken kan een oplossing zijn.

 

Vragenlijsten, POP-rapportages, testuitslagen en verslagen van besprekingen. Iedere mentor of decaan ziet het voor zich op het scherm in digitale portfolio’s; alle benodigde vinkjes groen gekleurd, alle elementen van de loopbaanbegeleiding aanwezig. En tóch lukt het de leerling niet om zijn studiekeuze te bepalen. Wat een frustratie! Wat gaat er mis? Daar is niet één oorzaak voor aan te wijzen. Het is een subtiel spel van samengaande argumenten.

 

Samenhang tussen elementen

Een probleem voor veel leerlingen is dat zij de samenhang tussen de verschillende onderdelen van LOB niet zien. Opdrachten, testjes en vragenlijsten worden vaak op verschillende momenten behandeld en leerlingen leggen op geen enkele manier de link met voorgaande en achterliggende stof. Het kwartje valt niet dat de onderdelen van loopbaanoriëntatie moeten leiden tot een samenhangend verhaal, zoals bijvoorbeeld bij Nederlands met grammatica, spelling en structuur. Het probleem is dus dat leerlingen het doel van loopbaanbegeleiding niet zien, met het regelmatige gevolg dat ze er gewoonweg geen zin in hebben. Een oplossing kan dus al liggen in het bieden van het inzicht dat de onderdelen wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik samen leiden tot een beroepsbeeld dat bij hen past. Door daar direct in het begin aandacht aan te besteden aan de hand van eenvoudige voorbeelden, komt het programma van loopbaanbegeleiding beter tot leven.

 

Koppeling naar concrete situatie

Met die aanpak kan het samenvoegen van zijn eigen persoonlijke uitslagen de leerling gerichter leiden naar een concreet beroep of studie. Dat is vaak de moeilijkste stap in een proces, dat analytische vaardigheden vraagt die een leerling op die leeftijd wellicht nog niet bezit. Het beruchte puberbrein is immers nog ‘in aanleg’ en de benodigde helicopterview en de hogere cognitieve vaardigheden zijn nog niet volledig ontwikkeld. Een oplossing kan zijn dat je als begeleider adviseert om andersom te werken. Neem een concreet beroep of studie en rafel dat uiteen in vaardigheden, kennis en eigenschappen. Door die te koppelen aan de eigen uitslagen gaat de leerling beter zien of het een beroep is dat bij hem past. Dit dus in plaats van: wat kun jij met jouw pakket nu gaan doen?

 

Adolescentie

Los van het onontwikkelde brein is de puberteit ook een fase waarin de jongere voor het eerst een afgeronde identiteit ervaart, met een gevoel van continuïteit en uniciteit.

Binnen deze fase doorlopen jonge mensen diverse stadia. Het komt erop neer dat zij eerst hun identiteit van anderen afleiden (bijvoorbeeld ouders, een popster) daarna een tijdje niet weten wie ze zijn, vervolgens identiteiten gaan uitproberen (bijvoorbeeld van sportgek tot kunstenaar, dan weer filosoof) om ten slotte een solide identiteit te ontwikkelen. Wanneer je dit in ogenschouw neemt, is een vak waarin hun gevraagd wordt te bepalen wie ze zijn of wat ze willen wel een heel lastige!

De oplossing is niet bepaald eenvoudig. Keuzes voor een loopbaan (profiel-, sector én studiekeuze) moeten eigenlijk zo laat mogelijk gemaakt worden pas wanneer de leerling een duidelijk en compleet beeld van zichzelf heeft gekregen. Dat is in het huidige schoolsysteem lastig in te bouwen en daarom zou er eerst een maatschappelijke discussie op gang moeten komen waarin partijen pleiten voor het uitstellen van keuzes.

 

Tijdgebrek van mentor

Een volgende oorzaak voor een leerling die niet tot een keuze komt, is een oude bekende: tijdgebrek. Een mentor of decaan is vaak degene die het loopbaanbegeleiding-programma met de leerlingen doorloopt. Zoals al gezegd, vergt inzicht in de samenhang van het loopbaanbegeleiding-programma nogal wat cognitieve vaardigheden en de mentor zou daarom voldoende tijd moeten hebben om met elke leerling individueel die samenhang te doorgronden. Om dat gesprek goed te kunnen voeren moet de mentor zich ook goed verdiept hebben in die individuele leerling. De tijd die dat vraagt, krijgt de gemiddelde mentor helaas niet toegewezen.

 

Uitruil van taken

Naast gebrek aan tijd staat de motivatie van de mentor. Er zijn mentoren die het voldoende vinden om een klas te begeleiden in de dagelijkse gang van zaken. Op het moment dat zij daar – zoals sommigen het verwoorden – de zielenroerselen van al die leerlingen erbij krijgen, haken zij liever af. Scholen doen deze onwil af met argumenten in de sfeer van: ‘het is nou eenmaal onderdeel van je takenpakket, iedereen moet het doen’. De vraag is of je daarmee recht doet aan docent én leerling? Gecombineerd kunnen tijd en motivatie redelijk eenvoudig worden getackeld door uren-verdeling. Een inventarisatie onder collega’s kan tot uitruil leiden. Er zijn docenten die graag leerlingen individueel begeleiden maar er geen tijd voor hebben. Anderen geven liever klassikaal les, en kunnen daarom beter de klassikale onderdelen van het loopbaanbegeleiding-programma voor hun rekening nemen, of andere onderdelen van vakken. Het totale aantal uren hoeft niet toe te nemen, maar ze worden anders verdeeld.

 

Sterke punten inzetten

Door een dergelijke uitruil haal je het beste uit je docentenbestand, want de motivatie van de individuele docent verhoogt. Docenten en mentoren hebben immers hun eigen pakketje wat wil ik, wat kan ik en wie ben ik. Het uitvoeren van een loopbaanbegeleiding-programma vergt van de mentor vaardigheden en eigenschappen die aan een loopbaanadviseur worden gesteld. Maar wanneer een docent zijn eigen sterke en zwakke punten mag inzetten, ontstaat er een voorbeeldig klimaat voor de uitvoering van de loopbaanontwikkeling van docenten. Dit dient als goed voorbeeld en motivatie voor leerlingen.

 

Samenvattend kan gesteld worden dat een school de randvoorwaarden bij loopbaanbegeleiding goed moet regelen. Voldoende aandacht – voor de behoeften van docent én leerling – en tijd zijn cruciale factoren. Ook het besef dat cognitieve vaardigheden in het proces van loopbaanoriëntatie én loopbaanbegeleiding goed ontwikkeld en onontbeerlijk zijn, leidt ertoe dat leerlingen betere keuzes maken. Een maatschappelijke discussie over geschikte fasering is dan welhaast noodzakelijk.

 

Conclusie

Scholen laten heel veel liggen in het begeleiden van leerlingen in hun juiste studiekeuze. Tijdgebrek is hierbij de grote factor.

Een particuliere loopbaanadviseur kan hierbij uitkomst bieden.